Liban
Wil u ons laatste nieuws ontvangen? Vul dan hier uw e-mailadres in.

Historiek

Historiek van de “De Stem van de Libanese Vrouw”

Het team werd in 1970 in Beiroet opgericht door mevrouw Lily Sara, de voorzitster die nog altijd actief is, en enkele andere genereuze dames. Het team is actief op sociaal en medisch vlak en in het onderwijs .

Het team begon met zijn sociaal werk in de gevangenissen. Dat was de voornaamste activiteit van 1970 tot 1975.

1975: de burgeroorlog slaat toe in de christelijke wijk Ain-el-Remmaneh. De voornaamste activiteit verschuift naar hulp aan slachtoffers, aan families die hun huis aan de frontlijn hebben moeten verlaten of die brutaal uit hun dorp of wijk verjaagd werden.

 

1976: de drama’s en de sociale problemen worden erger. Er moet snel gehandeld worden om onderdak, voeding, kleding en verzorging te kunnen bieden aan de duizenden mensen die alles kwijt zijn.

1977: in november 1976 wordt er een “vrede” afgekondigd. Het team van de dames opent drie kantoren voor arbeidsbemiddeling, waardoor 722 mensen een baan vinden tijdens die 18 maanden durende “vrede” .

1978: de oorlog brandt opnieuw los en de wijken van Oost Beiroet worden geteisterd door verschrikkelijke bombardementen. Honderden gezinnen overleven in kelders en in schuilplaatsen. De dames delen dat jaar meer dan 10.000 lakens en dekens uit.

1979 – 1980: de oorlog gaat verder, de dames zetten hun werk voort.

1981: om de werking te bestendigen en te versterken, besluiten de dames om het team om te vormen tot een vereniging met rechtspersoonlijkheid.
Het team wordt nu “De Stem van de Libanese Vrouw” (in Libanon: “La Voix de la Femme Libanaise”) en wil bovenop de maatschappelijke werking ook een stem geven aan de vrouwen.
De stad Zahlé wordt belegerd en gebombardeerd, maar de bevolking verdedigt zich. Dagelijks sneuvelen tientallen martelaren en vallen er honderden gewonden. Met de hulp van het Rode Kruis bezorgt de organisatie melk, levensmiddelen, geneesmiddelen en serum voor de belegerden en de gewonden.

1983: In oktober, na de vernietigende oorlog in de bergen, verergert de situatie door de massale uittocht van Christenen die de moordpartijen ontvluchten. Deze immense tragedie vereist dringend een plan om de hulp snel en georganiseerd ter plaatse te krijgen.
Door de omvang van het drama komen andere vrouwen onze organisatie versterken; we ondersteunen nu meer dan 300 gezinnen.

1983 – 1984: Dankzij ons doeltreffend optreden winnen we het respect, het vertrouwen en de steun van verscheidene Libanese en buitenlandse humanitaire instellingen, waardoor de organisatie haar hulpactiviteiten kan uitbreiden en verbreden.
De “Petites Sœurs de Foucauld” roepen onze organisatie naar Fanar, een  voorstad van Beiroet in erbarmelijke toestand - zonder water of elektriciteit ! - om er meer dan 600 dakloze gezinnen te helpen die onder verschrikkelijke hygiënische omstandigheden in smerige krotten wonen.  De VFL opent er een medisch-sociale hulppost (die in 2009 werd gerenoveerd). Deze is vandaag nog steeds heel actief.

1984 – 1985: De oorlog gaat verder en wordt steeds gewelddadiger; ook het brutale terrorisme steekt de kop op. Vooral de bevolking die in de buurt van de demarcatielijn (rond de christelijke wijk Ain-el-Remmaneh) woont, wordt zwaar getroffen. In deze regio slaan de meeste granaten in en ontploffen de meeste bomauto’s. Alles is er stuk en de hulpdiensten wagen zich er niet meer.
De VFL opent er een sociaal centrum in de ruïnes van een verlaten school, waar niet alleen de hoogst noodzakelijke zorgen verstrekt worden, maar ook cursussen snit en naad en basisschoollessen plaatsvinden om de schoolachterstand weg te werken.

1985-1989: De oorlog blijft duren maar wordt minder intensief. Alles is stuk. De vereniging beseft dat in deze puinhoop, de opvoeding van de kinderen het belangrijkste is wat er te redden valt.
Dat is het begin van de grote peterschapsactie voor leerlingen, die in België ondersteund en georganiseerd wordt door de “Sociale en Educatieve Werken van de Jezuïeten in de Derde Wereld”.

De eerste substantiële hulp uit België komt in oktober 1989 in Iran aan.

1990: Het peterschap in België ontwikkelt zich snel en de dames Nicole Blondeau, Viviane Schaeken en Irène Harou richten de Belgische antenne van de organisatie op.

1991: De burgeroorlog is na 17 jaar ten einde. Die heeft het hele land in puin gelegd en de volledige bevolking in armoede ondergedompeld. De organisatie vergeet het sociale werk voor families in nood niet, maar biedt ook steun om (voornamelijk christelijke) kinderen naar school te sturen. Dat is zelfs het prioritaire en essentiële actiepunt geworden.

1998: Op 17 oktober wijdt broeder Michel Scheuer het nieuwe medisch en sociale centrum van onze organisatie in Ain-el-Remmaneh in, dat bijna volledig door Belgische weldoeners wordt gefinancierd.

2006: de gewelddadige invasie van Israël in de maand juli richt ontzettend veel schade aan, vooral in Zuid-Libanon waar onze dames meer dan 1000 gezinnen te hulp komen die alles verloren hebben.

2009: Op 29 april gaat ons nieuwe medisch-sociale centrum in Fanar open, dat gefinancierd wordt door een Libanese weldoener en vele gulle Belgische giften.

2010: Op 6 augustus overlijdt Nicole Blondeau, die zich 20 jaar lang onvermoeibaar heeft ingezet voor de scholenactie. Later dat jaar komen Florence de Troostembergh, Françoise Devos en Geneviève Kleinermann het Brussels kantoor versterken.

1990-2012:  22 jaar van relatieve vrede heeft jammer genoeg geen einde gemaakt aan het lijden van het Libanese volk, dat nog steeds in blijvende armoede leeft. Hun eerste bezorgdheid is de opvoeding van de kinderen, hun enige kans op een betere toekomst.

Sinds 1990 kunnen elk jaar meer dan 3000 kinderen naar school dankzij de vrijgevigheid uit België. Met hun bijdrage steunt de Belgische peter en meter ongeveer een derde van het schoolgeld voor een schooljaar.

Wie een opleiding krijgt, is vrij!
Een kind sponsoren is een generatie redden!